AFRAJA Team

Het proces van de BPM-aangifte

In Nederland betaalt de belastingbetaler aan de belastingdienst BPM, oftewel Belasting voor Motorrijtuigen en Personenauto’s, wanneer hij een personenauto of motorrijwieltuig aanschaft. Ook bij het importeren vanuit het buitenland van een deze categorieën betaalt de belastingbetaler in Nederland belasting. Met het BPM wordt in principe betaalt voor de CO2 per kilometer die het voertuig uitstoot en ontvangt de belastingbetaler na betaling een kentekenbewijs waarmee hij met zijn voertuig de weg opkan. Er zijn verschillende door te lopen stappen wanneer iemand BPM-aangifte wil doen, en uiteraard zijn er ook uitzonderingen en vrijstellingen.

RWD-Keuringsstation
Voordat er een BPM aangifte opgestuurd kan worden naar de overheid, dient de gegadigde zijn of haar personenauto, bestelauto of motorrijwieltuig, te laten keuren bij een RWD-Keuringsstation. Een aangifte kan niet gedaan worden voordat het voertuig door een RWD station is goedgekeurd of geïdentificeerd. Zij kijken in principe of het voertuig voldoet aan de Europese gestelde normen van veiligheid en kwaliteit. Alle goedgekeurde auto’s mogen in Nederland en in Europe de weg op.

RWD-Keuringsstations zijn te vinden in: Amsterdam, Zwolle, Almelo, Arnhem, Rijen, Roosendaal, Schiedam, Veldhoven, Venlo, Waddinxveen, Zwijndrecht, Nieuwegein, Heerenveen, Groningen, ‘S Hertogenbosch, Heerenveen, Elsloo en Groningen. Nadat de keuring en identificatie heeft plaatsgevonden, wordt een ‘Formulier t.b.v. BPM-aangifte’ afgegeven, een ‘formulier BPM-berekening’ en van kopie van de machtiging. Hiermee kan de gegadigde zijn aangifte doen (bron).

Opsturen van het aangifteformulier
Voor zowel de personenauto als het motorrijwieltuig dient aangifte gedaan te worden. Voor de bestelauto is dit niet nodig. De aangifte kan direct worden ingeleverd bij een RWD-Keuringsstation direct na de keuring, hier staat namelijk een aangiftezuil van de Belastingdienst, of het formulier ‘formulier BPM-bereking’ kan direct opgestuurd worden naar de Belastingdienst.

Na ontvangst van de aangifte
Eenmaal ontvangen bepaalt de belastingdienst of een nog een eventuele controle nodig is over het voertuig. Is dit niet het geval dan ontvangt de belastingbetaler een kostenplaatje van de BPM die hij verschuldigd is aan de Belastingdienst. Als dit is voldaan, ontvangt hij een kentekenplaat voor zijn voertuig. Het kan ook zijn dat de belastingdienst bepaalt dat er geen BPM betaalt hoeft te worden, dit wordt vaak al duidelijk tijdens het bezoek aan het RWD-Keuringsstation. Bij sommige RWD-Keuringsstations zijn Belastingdienstmedewerkers aanwezig die bepalen of er BPM aan de overheid betaalt moet worden of niet. Als dit niet zo is, wordt het nieuwe voertuig direct voorzien van een nieuw kentekenplaat en is daarmee de zaak afgehandeld. Er zijn enkele uitzonderingen waarbij dit het geval is.

Uitzonderingen
Er zijn enkele vrijstellingen waarbij de belastingbetaler geen BPM-aangifte hoeft te doen, omdat er al is vastgesteld dat er geen belasting aanslag nodig is. Een vrijstelling is bijvoorbeeld de Ondernemingsregeling. Deze geldt als de persoon geregistreerd staat als ondernemer en gebruik maakt van een bestelauto, met de voorwaarde dat de bestelauto een datum van eerste toelating op de weg heeft van 1 juli 2005.

Als de persoon meer dan 10% van de per jaar gereden kilometers rijdt voor zijn of haar onderneming, dan is er geen BPM-betaling nodig.

Enkele andere vrijstellingen zijn: de verhuisboedelvrijstelling, werknemersvrijstelling, werkgeversvrijstelling, vrijstelling bij verhuizing naar het buitenland, vrijstelling bij tijdelijk verblijf in Nederland, vrijstelling voor het vervoeren van een rolstoel in de laadruimte van een bestelauto, en de vrijstelling bij kort gebruik van motor of auto in Nederland.

Vrijwel voor alle andere voertuigen geldt dat er een BPM-aangifte gedaan moet worden wanneer het voertuig in gebruik is genomen vanaf 1 juli 2005. Het is in alle gevallen belangrijk om te weten dat de BPM-aangifte direct na aanschaf van het nieuwe voertuig gedaan dient te worden, ongeacht of het een geïmporteerde of in Nederland- gekochte auto of motorrijtuig betreft. Indien dat niet plaatsvind mag het voertuig ook niet op de weg bereden worden, op ten lasten van een boete van de Belastingdienst.

Het proces van de BPM-aangifte begint dus bij een RWD-keuringsstation, waarvan er in Nederland 18 zijn.

controle RDW
Daar wordt bepaalt of er een BPM-aangifte nodig is en wordt deze indien noodzakelijk opgestuurd naar de Belastingdienst, of direct afgegeven aan een van de Belastingzuilen in het Keuringsstation. Nadat de aangifte is gedaan bepaalt de Belastingdienst doorgaans binnen twee dagen of een bijkomende controle van het voertuig nodig is. Indien dit niet het geval is, kan direct de berekende betaling die de Belastingdienst na de aangifte retour terugstuurt, worden voldaan aan de Belastingdienst. Normaal gesproken verloopt het proces van de BPM-aangifte vrij snel, tenzij er technische aanpassingen gedaan moeten worden aan het voertuig (dit komt vaak voor als het om een geïmporteerde auto uit een overzees land gaat). Als dit allemaal echter is gebeurt, ontvangt de persoon zijn kentekenplaat en kan er gereden worden op alle Nederlandse en Europese wegen!